Belasting vakantiehuis: waarom de kosten in 2026 zo hard stijgen en wat je kunt doen
De Telegraaf luidde begin 2025 al de noodklok: eigenaren van een vakantiehuis of tweede woning betalen tegenwoordig fors meer belasting over de verhuur van hun vakantiehuis dan vijf jaar geleden. Volgens het artikel zijn de box 3-lasten sinds 2020 soms drie- tot viermaal hoger geworden. In 2026 blijft de druk hoog, vooral door stijgende WOZ-waarden en het forfaitaire rendement in box 3.
Als je een vakantiewoning bezit en je afvraagt hoe hoog de rekening dit jaar uitvalt, ben je niet de enige. Hieronder een helder overzicht van de actuele regels, berekeningen en praktische tips – gebaseerd op de laatste stand van zaken bij de Belastingdienst en uitspraken van fiscalisten.
Hoe werkt de belasting van jouw vakantiehuis in box 3?
Een vakantiehuis valt in Nederland onder box 3 (vermogen). Je betaalt geen belasting over de werkelijke huurinkomsten (die zijn onbelast), maar over een fictief rendement op de WOZ-waarde van de woning (minus eventuele schulden).
In 2026 geldt voor “overige bezittingen” (waaronder vakantiewoningen) een fictief rendement van 6%. Hierover betaal je 36% inkomstenbelasting, wat neerkomt op een effectieve druk van ongeveer 2,16% over de WOZ-waarde (na aftrek van de heffingsvrije voet van circa €59.357 per persoon).
Ter vergelijking: in 2025 was het forfaitaire rendement nog 5,88%. De geplande stijging naar 7,78% is door het kabinet geschrapt, maar de lasten zijn door de sterk gestegen WOZ-waarden in populaire gebieden toch fors hoger dan een paar jaar geleden.
Waarom voelen zoveel eigenaren de pijn?
Belastingadviseur Cor Overduin van Grant Thornton noemt het een “helemaal platte belasting” en spreekt van een scheve situatie:
„Een aantal zaken komt bij elkaar: de WOZ-waardes blijven maar stijgen en de belastingtarieven ook.”
De Telegraaf illustreerde dit met een concreet voorbeeld: een driekamerwoning van €385.000 op vakantiepark De Krim (Texel) kostte in 2025 al ruim €8.150 aan box 3-belasting, terwijl dat vijf jaar eerder nog zo’n €2.900 was. Daarbij komen vaak nog jaarlijkse parkkosten van €4.600 of meer.
Op populaire locaties zoals Terschelling zijn WOZ-waarden in tien jaar tijd soms verdrievoudigd. Een eigenaar vertelde aan de krant: “Daar kun je niet tegenop verhuren. Je wordt haast gedwongen te verkopen, maar dat willen we niet – ik ben er opgegroeid, mijn kinderen ook.”
Andere kosten die meespelen
Naast box 3 spelen extra factoren een rol:
- Sterk gestegen onderhouds- en parklasten.
- Overdrachtsbelasting bij aankoop van een tweede woning (in 2026 nog 8% voor niet-hoofdverblijf).
- Mogelijke btw-verhoging op logies (van 9% naar 21% sinds 2026), die verhuurders vaak doorberekenen of voor eigen rekening nemen.
Overduin wijst bovendien op een opvallende ongelijkheid: een vakantiehuis in het buitenland (bijvoorbeeld in België) kan fiscaal gunstiger uitpakken door de regeling voorkoming dubbele belasting.
Praktische tips om de belasting verhoging voor verhuur beter te managen
Wil je de impact beperken? Doe dan het volgende:
- Controleer je WOZ-waarde en maak bezwaar als die onevenredig hoog lijkt.
- Houd rekening met de heffingsvrije voet (€59.357 per persoon in 2026). Bij een partner kun je dit verdubbelen.
- Overweeg werkelijk rendement aantonen als dat lager ligt dan het forfait (mogelijk vanaf 2027/2028 komt er een bredere tegenbewijsregeling).
- Combineer eigen gebruik met slimme verhuur om een deel van de vaste lasten te dekken – let wel op de gemeentelijke regels en toeristenbelasting.
- Laat je situatie berekenen door een fiscalist, vooral als je de woning deels verhuurt of schulden hebt.
Checklist voordat je de belastingaangifte doet:
- WOZ-waarde peildatum (meestal 1 januari voorgaand jaar) correct overgenomen?
- Eventuele hypotheekschuld goed afgetrokken?
- Heffingsvrije voet optimaal benut?
- Nachtregister bijgehouden als je verhuurt (voor toeristenbelasting)?
Wat verandert er vanaf 2027?
Het kabinet werkt aan een overgang naar een stelsel op basis van werkelijk rendement. Dat zou voor veel eigenaren van een vakantiehuis gunstiger kunnen uitpakken, omdat je dan alleen belasting betaalt over wat je écht verdient (of een lagere vastgoedbijtelling). Tot die tijd blijft het huidige forfaitaire systeem gelden.
Let op: Wet- en regelgeving rondom de verhuur van een vakantiehuis kan per situatie en gemeente verschillen en wijzigt regelmatig. Doe altijd eigen onderzoek bij de Belastingdienst of laat je adviseren door een specialist.
Bronnen (2026):
- De Telegraaf – “Belasting op vakantiehuis door het dak” (maart 2025)
- Accountancy Vanmorgen – interview met Cor Overduin van Grant Thornton (31 maart 2025)
- Belastingdienst – forfaitair rendement box 3 2026
- Rijksoverheid.nl en Belastingplan 2026